Voor een motor eisen vrijwel alle Nederlandse verzekeraars een motorslot met minimaal het ART 4 keurmerk. Bij duurdere motoren of bij stalling thuis vragen ze vaak ART 5, soms in combinatie met een vloeranker. Schrijft je polis twee sloten voor, dan moeten beide sloten aan die eis voldoen. Anders vervalt je diefstaldekking.
Wat zegt het ART-keurmerk eigenlijk over een slot?
Het ART-keurmerk komt van Stichting ART, die sloten voor tweewielers laat testen door een onafhankelijk certificeringsinstituut. In die test wordt een slot niet netjes beoordeeld op materiaal, maar gewoon aangevallen: trekken, knippen, zagen en boren, met gereedschap dat een dief in de praktijk ook gebruikt.
Wat het keurmerk meet is vooral tijd. Hoe langer een slot standhoudt, hoe hoger de klasse. Dat is precies waarom het voor een dief werkt: die heeft geen zin in vijf minuten herrie maken op straat en gaat door naar de volgende motor. Een ART gekeurd slot koopt dus letterlijk tijd, en die tijd is wat verzekeraars in hun polisvoorwaarden vertalen naar een minimale klasse.
Welke ART-klasse heb je nodig voor je motor?
De vijf ART-klassen zeggen niets over merk of prijs, maar over het type voertuig waarvoor een slot zwaar genoeg is.
| Klasse | Geschikt voor | Typisch gebruik |
|---|---|---|
| ART 1 | Boten, lichte objecten | Wegneembeveiliging, tweede slot |
| ART 2 | Fietsen en e-bikes | Dagelijks stallen in de stad |
| ART 3 | Scooters en brommers | Onderweg parkeren |
| ART 4 | Motoren en zware scooters | Onderweg, standaardeis verzekeraar |
| ART 5 | Zware en dure motoren | Stalling thuis, vaak met vloeranker |
Voor een motor kom je dus uit bij ART 4 sloten of ART 5 sloten. Een ART 3 slot is gemaakt voor scooters en wordt door verzekeraars voor een motor bijna nooit geaccepteerd, hoe stevig zo'n slot ook aanvoelt.
ART 4 of ART 5: wat merk je in de praktijk?
Het verschil zit in gewicht en formaat. Een ART 4 kettingslot heeft schakels van ongeveer 10 tot 11 millimeter gehard staal en is nog net mee te nemen onder je buddyseat of in een tanktas. Een ART 5 slot heeft dikkere schakels en een zwaardere sluiting, en daar ga je niet dagelijks mee op pad.
In de praktijk kiezen veel motorrijders daarom voor twee sloten: een zwaar ART 5 kettingslot dat thuis blijft en aan een vloeranker vastzit, en een lichter ART 4 slot voor onderweg. Check wel je polis, want sommige verzekeraars accepteren die combinatie alleen als beide sloten minimaal ART 4 zijn.

Welk type motorslot past bij jouw situatie?
Het keurmerk zegt hoe sterk een slot is, het type zegt hoe handig het is. Deze vier kom je het vaakst tegen:
- Kettingslot. De meest gebruikte optie, omdat je je motor er ook mee vastzet aan een vast punt. Bekijk de kettingsloten en let op de lengte die je nodig hebt.
- Schijfremslot. Compact en snel aan te brengen, maar blokkeert alleen het wiel. Hij past niet op elke remschijf, dus meet de gaten of sleuven op voordat je een schijfremslot bestelt.
- Beugelslot. De oplossing als je remschijf geen perforatie heeft. Een beugelslot gaat door het wiel en de vork of door de achterbrug.
- Vloeranker of muuranker. Geen slot, maar het vaste punt waaraan je je ketting hangt. Zonder zo'n vloer- of muuranker tillen twee man je motor gewoon in een bus.
Zo zet je je motor goed vast
Een goed slot verkeerd gebruiken haalt het grootste deel van de bescherming weg. Werk deze volgorde af:
- Zet de motor vast aan een vast punt: een vloeranker, een stevige paal of een hekwerk. Alleen het voorwiel blokkeren houdt niemand tegen.
- Houd de ketting zo hoog mogelijk van de grond. Ligt hij op het asfalt, dan kan een dief de grond als aambeeld gebruiken en is een schakel er zo doorheen.
- Laat zo min mogelijk speling in de ketting. Ruimte om te wrikken is precies wat gereedschap nodig heeft.
- Zet de motor op een verlichte, zichtbare plek en gebruik het stuurslot als extra drempel.
- Combineer types, bijvoorbeeld een kettingslot met een schijfremslot. Twee verschillende sloten vragen twee soorten gereedschap.
Waar let je op voordat je afrekent?
Drie dingen bepalen of je bij diefstal daadwerkelijk krijgt uitgekeerd:
- Het toelatingsnummer. Elk gekeurd slot heeft een MBT-nummer. Zoek het slot op in de ART-slotenlijst en controleer of merk, model en nummer overeenkomen. Er zijn fabrikanten die een ART-logo op een niet-gekeurd slot zetten.
- Het aantal sleutels. Sommige sloten worden met twee sleutels geleverd, andere met drie. Kun je bij diefstal niet alle sleutels overleggen, dan keren veel verzekeraars niet uit.
- De aankoopbon. Bewaar die bij je polis, samen met foto's van je motor en het framenummer.
Wil je verder gaan dan mechanische beveiliging, dan zijn een alarmset of een GPS tracker een logische aanvulling. Ze houden een dief niet tegen, maar ze verkleinen de kans dat je motor verdwijnt zonder spoor. Welke eisen precies voor jou gelden staat in je polisvoorwaarden, dus lees die door voordat je een slot bestelt.

Veelgestelde vragen over motorsloten
Is een ART 4 slot verplicht voor een motor?
Wettelijk niet, maar vrijwel elke verzekeraar stelt het als voorwaarde voor diefstaldekking. Zonder het juiste slot heb je dus wel een verzekering, maar geen uitkering bij diefstal. De exacte eis staat in je polisvoorwaarden.
Mag ik een ART 3 slot gebruiken voor mijn motor?
Voor de verzekering meestal niet. ART 3 is ontwikkeld voor scooters en brommers. Voor een motor houden verzekeraars ART 4 als ondergrens aan, en bij duurdere modellen ART 5.
Heb ik twee motorsloten nodig?
Dat hangt van je polis en de waarde van je motor af. Veel verzekeraars schrijven bij duurdere motoren een tweede slot of een vloeranker voor. Gebruik je twee sloten, controleer dan of ze allebei de vereiste ART-klasse hebben.
Hoe onderhoud ik mijn motorslot?
Houd de cilinder schoon en sluit het stofkapje na gebruik. Gebruik slotenspray in plaats van vet, want vet trekt zand en stof aan en maakt de cilinder juist stroef. Veeg ook je sleutel af voordat je hem in het slot steekt.
Hoe lang moet mijn kettingslot zijn?
Meet de afstand tussen je motor en het vaste punt waaraan je hem vastzet, en tel daar ruimte bij op om de ketting van de grond te houden. Voor thuisgebruik met een vloeranker is 120 tot 150 centimeter meestal genoeg, onderweg kies je vaak wat langer.